zondag 14 april 14.30 uur

Psalm 42: 3, 5

Psalm 119: 88

Lezen: Lucas 24: 13-35

Psalm 32: 1, 3, 4

Psalm 119: 53, 67

Psalm 66: 8

Tekst: Lukas 24 vers 25 en 26

25 En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart om te geloven al hetgeen dat de profeten gesproken hebben;

26 Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?

Thema: Twee wandelaars:

1. Die treuren

2. Die luisteren

3. Die bidden

4. Die ontvangen


Citaat: “Als de dag gedaald en het bij de avond geworden is, dan beginnen wij eraan te denken om ons ter ruste te begeven, en dan is het voegzaam om ons oog te vestigen op Christus, En Hem te bidden met ons te blijven, zich aan ons te openbaren en ons hart te vervullen van goede gedachten jegens Hem en van goede neigingen tot Hem”. Matthew Henry, Commentaar op Lukas 24..

Gespreksvragen:

1. De Emmaüsgangers zijn erg bedroefd en nemen het Jezus (die voor hen als een vreemdeling is) zelfs wat kwalijk als Hij hen vraagt naar de reden van hun verdriet. Toch is ongeloof de oorzaak van hun verdriet. Waarom?

2. De Heere Jezus gaat heel pastoraal met de Emmaüsgangers om. Waaruit blijkt dat?

3. In HC Zondag 17 vinden we de troost van Pasen. Welke drie zaken worden de christen tot troost van Pasen genoemd?

4. De Heere Jezus geeft onderwijs: “Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan? En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was”. Welke zaken uit het Oude Testament zou de Heere Jezus hebben genoemd? Welke werden in de preek aangestipt en welke zou je zelf nog kunnen toevoegen?

5. We lezen: “En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou. En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven”. Wat kunnen wij hiervan leren (als het gaat om de plaats van het gebed)?

6. Op welke wijze vertoont Christus Zich tijdens de maaltijd? Hoe laat Christus ook nu nog in de tekenen van brood en wijn Zichzelf zien?

Voor de jongste kinderen:

1. Naar welke plaats gingen de twee mensen die naar huis liepen?

2. Waarom waren ze verdrietig?

3. Wie kwam er bij hen lopen? En wat ging die Man vertellen?

4. Waarom wilden de Emmaüsgangers dat de Heere Jezus bij hen zou blijven?